|
De opvattingen van de Griekse sofisten over onderwijs kennen we dankzij de kritiek erop van de filosofen uit die tijd. Van de copieuze geschriften van de sofisten bleef geen bewijs. De filosofen schreven minder, maar daarvan bleef veel bewaard. Hoe valt dat te verklaren? Je ziet hem gemakkelijk voor je, de Griekse burger. Zijn geest staat zo open voor vernieuwing dat z'n hersenen eruit zijn gekieperd. Hij is van mening dat zijn talenten in het gangbare circuit niet tot hun recht komen en leest de papyrusrol waarin een sofist z'n eigen onderwijs aanprijst. Succes verzekerd, niet op één, maar op meer dan één gebied tegelijk, dankzij een nieuwe methode die de grenzen tussen disciplines overschreidt. Zoiets kan niet op een koopje en duur verhindert bovendien dat Jan en Alleman mee profiteert. Na een jaar verschijnt er een andere sofist met een nog betere aanbieding en dan dient de volgende zich alweer aan. De oude rollen verdwijnen eerst naar de rommelmarkt, daarna voorgoed, en dan naar de hel van Dante waar de sofisten ze voor straf voor eeuwig moeten lezen. Leibniz had gelijk: "het uiterlijke dringt zich op; het innerlijke verlangt redelijk overwegen, waartoe weinigen geneigd zijn". Ervaring zonder kennis is lucht. De geschriften van de filosofen verheugden zich vanaf het begin in de gepassioneerde belangstelling van lezers die de teksten kopiëerden, zodat we deze meer dan 20 eeuwen later nog met vreugde en bewondering lezen. "The medium of education is that portion of the past which is always present" is geen literaire beeldspraak maar een historisch feit. Analoog aan de banaliteit van het kwaad, bestaat er een banaliteit van het halve weten: de echte kennis legt het in de eerste confrontatie vaak af tegen de veelkoppige en luidruchtige schijnkennis. Zij overwint later, wanneer blijkt dat schijnbare kennis voor de echte kennis niets in de plaats kan stellen. Een moedgevende gedachte waarmee ik deze, de laatste, Uit de Tijd besluit. Willem Smit
|